Terug naar hoofdinhoud

Nieuwsbrieven Pensioenbehoud

Het nieuwe pensioenstelsel in de praktijk (18 mei 2026)

De Volkskrant en De Telegraaf schreven deze week over de ervaringen met onder andere drie grote bedrijfstakpensioenfondsen onder de nieuwe pensioenwet van 1 juli 2023. Deze pensioenfondsen en nog wat andere pensioenfondsen die per 1 januari zijn overgestapt op het nieuwe stelsel, hebben met hun resultaten over het eerste kwartaal van 2026 duidelijk gemaakt dat grote schommelingen mogelijk zijn in het nieuwe stelsel. Juist door de opgetreden dalingen zijn vooral twintigers, dertigers en veertigers de klos.

Dat blijkt uit de kwartaalcijfers van drie grote pensioenfondsen, PFZW, PMT en BpfBouw, die samen de pensioenen van zo’n vijf miljoen zorgmedewerkers, techniekwerkers en bouwvakkers beheren. De oorzaak is dat in het nieuwe stelsel de deelnemers een eigen ‘rekening’ hebben met een belegd vermogen waaruit later hun pensioen moet worden betaald.

Deze daling heeft als oorzaak de gedaalde rente. Jaar op jaar stapelen rentes (die de pensioenfondsen bijvoorbeeld via obligaties innen) zich zo op, dat een kleine verandering van dat percentage al tot een grote verandering van het (theoretische) eindresultaat leidt, mocht er niets meer aan de rente veranderen.

De huidige pensionado’s behouden wel hun uitkering. Zij hebben geen last van de gedaalde rente, omdat het opgestapelde effect daarvan alleen toekomstige pensioenen aantast. Het matige beleggingsrendement van het eerste kwartaal zou aan het einde van het jaar hun pensioen wel een klein beetje aantasten, maar dat wordt in principe gecompenseerd met een ‘solidariteitsfonds’ dat de klappen op de beurs opvangt.

De pensioenresultaten variëren per leeftijdscategorie. Voor jongere deelnemers, die nog ver van hun pensioen zitten, wordt riskanter belegd dan voor ouderen. Bovendien kan een gedaalde rente ook weer snel stijgen en daarom behoeft dat risico in de ogen van de pensioenfondsen niet volledig te worden afgedekt. Maar deze manier van beleggen en toedelen heeft voor jongere pensioendeelnemers wel dramatische effecten, hoe tijdelijk en theoretisch die ook zijn.

Pensioenfonds PMT is het meest open over de gevolgen en heeft de verandering van de pensioenen voor verschillende leeftijden uitgesplitst. Het toekomstige pensioen van een 35-jarige gaat er bij de huidige stand 16,3 procent op achteruit, dat van een 45-jarige 11,1 procent, dat van een 55-jarige 4,8 procent en dat van een 65-jarige 1,6 procent. Dat kan na volgend kwartaal weer veranderen, als de koersen en de rente zich anders ontwikkelen. De beurzen hebben deze week records bereikt.

Bij gepensioneerden werkt dat anders. De matige beleggingsrendementen van het eerste kwartaal zou aan het einde van het jaar hun pensioen wel wat kunnen aantasten, maar dat wordt in principe gecompenseerd met een ‘solidariteitsfonds’ dat de klappen op de beurs moet opvangen. Tenzij de waarde van de eigen ‘rekening’ langdurig daalt.

Nieuwsbrief van de Stichting Pensioenbehoud van 18 mei 2026