Pensioenfonds in nieuwe pensioenstelsel beleggingsinstelling? (4 mei 2026)
Op 5 september 2024 heeft het Hof van Justitie van de EU een belangrijke uitspraak gedaan over pensioenfondsen. Want pensioenfondsen zijn onderhevig aan interne marktbepalingen en de Europese IORP-richtlijn ondanks hun specifieke sociale en solidariteitskenmerken. Het EU Hof oordeelt dat een pensioenfonds met een uitkeringsregeling op grond van het middelloon of eindloon als gemeenschappelijk beleggingsfonds kan worden aangemerkt als aan een van de twee volgende criteria wordt voldaan:
- Beleggingsrisico: De pensioenrechten en -uitkeringen zijn in de eerste plaats afhankelijk van de resultaten van de beleggingen van het fonds. Dit is het geval als de beleggingsresultaten een aanzienlijke invloed hebben en het bedrag niet grotendeels vooraf wordt bepaald op basis van andere criteria zoals dienstjaren of loon.
- Fiscale neutraliteit: De juridische en financiële positie van een deelnemer in het fonds is vergelijkbaar met die van deelnemers in pensioenfondsen met een premieregeling (DC-fondsen), die in Nederland al als gemeenschappelijke beleggingsfondsen worden beschouwd.
De Nederlandse rechters moeten nu in de concrete gevallen bepalen of aan deze criteria wordt voldaan. Het EU Hof wijst erop dat het dragen van het beleggingsrisico collectief door deelnemers (in plaats van individueel) geen beletsel vormt, zolang de beleggingsresultaten een meer dan marginale invloed hebben op de uitkeringen. Intussen is de Wet toekomstige pensioenen in werking getreden en die heeft gezorgd dat de pensioenen in feite een premieregeling zijn geworden, omdat ook bij uitkeringsregelingen het directe verband tussen premie en uitkering is verbroken.
In Nederland is bevestigd dat pensioenfondsen met een premieregeling (de DC-pensioenfondsen) op dit moment al wel worden aangemerkt als gemeenschappelijke beleggingsfondsen. Het EU Hof oordeelt daarom dat pensioenfondsen met een uitkeringsregeling niet alleen moeten worden vergeleken met beleggingsinstellingen, maar ook met deze andere Nederlandse pensioenfondsen met een premieregeling. Als de juridische en financiële situatie van een deelnemer van een pensioenfonds met een uitkeringsregeling vergelijkbaar is met die van een deelnemer van een pensioenfonds met een premieregeling, dan moet een dergelijk fonds worden aangemerkt als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, zelfs als het beleggingsrisico niet vergelijkbaar zou zijn met dat van een (individuele) beleggingsinstelling volgens EU-recht.
Dat roept de vraag op of het terecht is dat de werkgevers nog steeds roepen dat pensioen een arbeidsvoorwaarde is en zij daarom in de besturen van de pensioenfondsen moeten zitten terwijl de premies worden betaald uit het salaris van de werknemer. Zij kunnen in de nieuwe wet zelf de hoogte van de premies vaststellen in de pensioenonderhandelingen met de vakbonden zonder enige verplichting op zich te nemen over de hoogte van de pensioenuitkering door het pensioenfonds als beleggingsinstelling. Wordt het niet tijd om alleen professionele fondsbestuurders aan te stellen die wel alléén het belang van de deelnemers behartigen gezien het soms catastrofale bestuursbeleid met de politiek gestuurde beleggingen waardoor te weinig rendement voor de indexaties wordt behaald, zie hier en de bijlage.
Nieuwsbrief van de Stichting Pensioenbehoud van 4 mei 2026