Skip to main content

Nieuwsbrieven Pensioenbehoud

Het onzekere ‘reële’ pensioencontract gaat in de prullenbak (7 okt. 2013)

Staatssecretaris SZW Klijnsma maakte op 1 oktober bekend te kiezen voor één stabiel model voor ons toekomstig pensioen. Daarmee ging het voorgestelde ‘reële’ contract dat in feite  een beschikbare premieregeling inhield zonder vastgestelde pensioenuitkering, na brede kritiek van o.a. de Stichting Pensioenbehoud, in de prullenbak. Zij gaat nu één nieuw pensioenmodel uitwerken in het nieuwe financieel toetsingskader (FTK, de spelregels voor pensioenen) in plaats van twee contracten met keuzemogelijkheid. Zij schrijft (zie bijlage): ‘Het nieuwe toezichtskader verbindt de voordelen van zowel het ‘nominale’ als het ‘reële’ pensioenmodel en zorgt ervoor dat het stelsel minder gevoelig is voor grote schokken in de financiële wereld. Ook moet het nieuwe toezichtskader er voor zorgen dat de risico’s en rendementen eerlijk over de generaties worden verdeeld. Dit wordt in wetgeving verder uitgewerkt.” De reacties uit de pensioenwereld waren overwegend positief zoals ook al was te verwachten gezien de consultatie, maar wel met een voorbehoud over de details in de uitwerking.

Staatssecretaris Klijnsma: “Mensen maken zich zorgen over hun pensioen. Daarom wil ik nu al duidelijkheid geven. De staatssecretaris kiest daarbij voor een eenduidig kader dat ruimte biedt voor een lange termijn beleggingsbeleid dat gericht is op een geïndexeerd pensioen. Het zorgt voor stabiliteit in de premie en er zijn geen risico’s van invaren (het onderbrengen van opgebouwde pensioenrechten in nieuwe contracten). Het besluit dat het kabinet nu heeft genomen is er om het vertrouwen in ons pensioenstelsel te herstellen en te vergroten.”

Het financieel toetsingskader
In het persbericht bij de brief wordt vermeld: “Bij de uitwerking van het financieel toetsingskader in wetgeving worden de volgende aanpassingen verwerkt:

  • Een betere spreiding van tegenvallers. Tegenvallers door bijvoorbeeld financiële schokken op de beurs of een verdere stijging van de levensverwachting mogen over 10 jaar worden gespreid. Hiermee wordt voorkomen dat gepensioneerden abrupt worden gekort.
  • De wijze waarop eventuele kortingen worden doorgevoerd moet door het pensioenfonds vooraf expliciet duidelijk worden gemaakt aan de deelnemer.
  • Er worden duidelijke en eerlijke verdeelregels geïntroduceerd voor de indexatie van het pensioen, die de belangen van zowel jongeren als ouderen waarborgen.
  • Er komt een stabiele premie. De dempingmogelijkheid via de tienjaarsrentemiddeling wordt teruggebracht. Het blijft mogelijk om de rente waarop de premie wordt gebaseerd te middelen over de afgelopen 10 jaar. Hierdoor ontstaat een stabielere premiesystematiek. Dit is van belang voor de loonkosten en voor de stabiliteit van de koopkracht.
  • De afhankelijkheid van dagkoersen op financiële markten vermindert. Er komt een robuust sturingselement dat beter past bij een stelsel dat zich richt op de lange termijn.”

Volgens de staatssecretaris is met de aanpassingen in het  FTK het stelsel beter in staat om onzekerheden op te vangen. “ Hiermee hebben we in Nederland een pensioenstelsel waar we trots op kunnen zijn én blijven.”  Dat zijn mooie maar ook vage woorden, want hoe gaat de uitwerking eruit zien. Zoals o.a. bij de Ultimate Forward Rate (UFR) die momenteel wordt gebruikt bij het bepalen van de rente waarmee pensioenfondsen hun lange termijn verplichtingen moeten berekenen (de rekenrente). Dat is nog onduidelijk, evenals of pensioenfondsen met veel jonge deelnemers (meer) risicovol mogen beleggen. Gelukkig blijft het huidige nominale stelsel met de ambitie om te indexeren gehandhaafd, maar wordt wel voorzien van aanpassingen en is ‘invaren’ van de baan.

Hoe nu verder
Het huidige stelsel is door structurele trends als de stijgende levensverwachting, de lage rente en de gevolgen van de financiële crisis onder druk komen te staan. Staatssecretaris Klijnsma: “Ik hoop dat alle betrokken partijen hier nu in alle rust met mij aan verder werken. In het belang van de gepensioneerden van nu én de jongeren die over dertig tot veertig jaar met pensioen gaan”. Het kabinet streeft ernaar de benodigde wetgeving eind 2013 aan de Tweede Kamer aan te bieden. We wachten in spanning af hoe de uitwerking eruit gaat zien.

Nieuwsbrief van de Stichting Pensioenbehoud van 7 oktober 2013.